Was het nu Saxby, Siemens of S8A?

Reeds in zijn kindertijd had uw webmaster onbewust al veel interesse voor spoorwegnostalgie. Een echte stomer kon natuurlijk steeds op zijn interesse rekenen maar dat was niet alles: reeds van kindsbeen af had hij een grote interesse voor mechanische seinen. Dit was zeker niet vreemd aan het feit dat er op enkele kilometers van zijn deur nog enkele mechanische seinposten in dienst waren. Toen hij eenmaal begon te fotograferen, werd meteen de jacht geopend op deze snel verdwijnende seinen in België en Nederland. In deze rubriek komen de Belgische seinen aan bod en in de (verre?) toekomst komen vast en zeker de Nederlandse seinen nog wel aan de beurt in een aparte rubriek.



Buiten het fotograferen van treinen naast seinen heeft uw webmaster ook een aantal foto's gemaakt van de seinposten zelf. Hierbij werden zowel de oeroude Saxby-posten als de primitieve S8A-toestellen en de "state of the art" Siemens-gestellen gefotografeerd.

In deze reportage vindt u onder andere een aantal foto's uit de uw beginperiode van uw webmaster als fotograferende hobbyist. De kwaliteit ligt dan ook een pak lager maar vanuit sporwegnostalgische overwegingen worden de "betere" foto’s hier toch getoond.


Neerpelt

De Saxby-seinhuizen van Neerpelt: al sinds de jaren tachtig werden ze vervangen... Uiteindelijk duurde het tot 25 oktober 2013 vooraleer de seinhuizen daadwerkelijk buiten dienst werden gesteld. Oerdegelijk waren ze, zoals blijkt uit het feit dat het de oudste seinhuizen in ons land waren op het moment van buitendienststelling en er nooit noemenswaardige storingen optraden. Hoewel in het seinhuis nog steeds hendels werden omgelegd om de seinen te bedienen, dienden deze hendels uiteindelijk enkel nog om elektrische contacten te openen of te sluiten die dan de lichtseinen buiten schakelden. De wissels werden tot het einde wel volledig mechanisch bediend. Genoeg technische praat, over naar de foto's van een opvallend station aan de IJzeren Rijn.
Oud maar oerdegelijk, dat is het minste dat je kan zeggen van de Saxby-gestellen die in Neerpelt net geen 100 jaar dienst mochten doen. Op Valentijnsdag 1993 werd het gestel kant Mol op blok 4 voor het nageslacht vastgelegd. Mochten ze uw webmaster toen hebben wijsgemaakt dat het seinhuis nog 20 jaar in dienst zou blijven, dan zou hij het wellicht niet geloofd hebben.
Toen er eind jaren '70 van de vorige eeuw opnieuw reizigerstreinen naar Neerpelt gingen rijden, werd seinhuis 1 omgedoopt in blok 4. Dat houdt in dat de seingever zelfstandig seinen mag bedienen zonder toestemming van de dienstdoende onderstationschef. Bij die gelegenheid werd ook dit bedieningspaneel ontworpen waarop te zien is wat de rijweg is en in welke stand de seinen staan.
In seinhuis II vinden we een Saxby-gestel dat nog grotendeels in de originele toestand is zoals het destijds werd opgeleverd. Zouden de constructeurs van dit gestel hebben vermoed dat het zolang zou meegaan? Deze en de vorige foto werden gemaakt op 6 oktober 2005.
Spoorwegnostalgie in het begin van de 21e eeuw op 6 oktober 2005... Maar voor hoelang nog?
Op dezelfde dag werd het bord met het sporenplan gefotografeerd zoals het nog steeds te bewonderen valt op dit melkwitte bord. De aandachtige surfer heeft al gemerkt dat er op dit plan twee sporen meer staan dan op het bord op blok 4. Inderdaad: de sporen 7 en 8 zijn immers doodlopende sporen waarop men enkel terecht kan vanuit seinhuis II. Bovendien staat rechtsboven de al lang verdwenen (en hier als gesloten getoonde) spoorlijn 18 naar Achel en Eindhoven.
Op de nieuwste seinhuizen is het een computerprogramma dat beslist of een sein al dan niet in de stand veilig mag komen. In Neerpelt wordt dit volledig mechanische geregeld met dit stelsel van roosters, nokken en linialen. Als iemand nu een hendel wil omleggen, gebeurt dit samen met het draaien van een bijhorend rooster (onderaan zichtbaar). Elke hendel zit echter ook aan een liniaal met nokken vast. Als een nok van een andere hendel de te bedienen hendel plus rooster blokkeert, kan de seingever de hendel dus niet omleggen en het sein niet bedienen. Simpel, maar oerdegelijk!
We dalen even af naar de catacomben van seinhuis II te Neerpelt. Hier gebeurt met behulp van hefbomen de overgang van de hendels naar de trekdraden waarmee verderop de wissels (en destijds nog één mechanisch sein) bediend worden. Helemaal achteraan op de foto is één hendel (en dus hefboom) omgelegd. De andere hendels boven op het gestel zelf bevinden zich allen in de rustpositie waardoor de hefbomen zichtbaar op deze foto naar achteren overhellen.
Zo'n oud seinhuis vraagt om sfeerfoto's. Als de zon dan wat meewerkt zoals hier op 6 oktober 2005 smeekt dit om een sfeerfotootje van enkele katrollen die de trekdraden naar buiten leiden.
Het meest typerende mechanische sein in Neerpelt was meteen ook het minst bekende bij fotografen doordat het gewoon niet opviel... Het betrof hier het rangeersein op de oude lijn 18 naar Houthalen en Hasselt, dat gebruikt werd om een rangerende trein terug het station binnen loodsen. Deze seinen hadden de bijnaam "pannenkoek", uiteraard vanwege de ronde vorm van de paarse plaat die zichtbaar was in de stopstand. In de veilige stand ("kleine beweging toegelaten") was de plaat linksom weggedraaid zodat enkel het glas in het midden van deze foto zichtbaar was. Het sein staat hier dus in de stand "kleine beweging niet toegelaten". Dit seintje was het laatste van dit type dat nog in dienst was bij de NMBS.
Deze foto van 8 april 1975, hum... 1990 toont de rangerende 6327 bij het rangeerseintje. Op de achtergrond is blok 4 zichtbaar, dat het station kant Mol/Hasselt beveiligt. 15 jaar later ziet het er hier helemaal anders uit: de schitterende 6327 en de naaifabriek rechts zijn al lang gesloopt, het seintje is buiten dienst...
Deze foto was maar één jaar te maken: enkel in 1991 kwamen 55'ers tot Neerpelt, ter aflossing van de eigenlijk te zwakke 62'ers voor de IR-treinen naar Antwerpen. Doordat de minder goede 55'ers naar Hasselt werden overgeplaatst en de 55'ers in het algemeen niet gewend zijn om aan 120km/u te rijden, kwam enkele maanden na het maken van deze foto een einde. We zien de 5535 hier bij het stopseintje op de Trein-Tram-Busdag van 5 oktober 1991.
Ook de 51'ers passeerden bijna dagelijks het rangeerseintje. Als ze vanuit Budel met de eerste zinkertstrein van de dag Ferry-wagens meekregen, werden die in Neerpelt uit de zinkertstrein gerangeerd om ze enkele uren later met de bedieningstrein in de namiddag mee te geven. In april 1991 zien we de 5189 die enkele van deze karakteristieke wagens opdrukt richting station terwijl het seintje uiteraard in de stand "kleine beweging toegelaten" staat.
Ter gelegenheid van "125 jaar spoorwegen in Noord-Limburg" werd in Neerpelt een grote materieelshow georganiseerd gedurende het open-monumenten-weekend. Op zondag 15 september 1991, de tweede dag van dit evenement, werden bovendien pendelritten gereden naar Hamont onder de naam "Teutenexpress", een verwijzing naar het verleden. De "Teuten" waren immers rijke handelsreizigers die hun thuisbasis in de noorderkempen hadden. Tijdens een van de pendelritten passeert de 4509, versierd met een schild, het inrijsein kant Hamont.
Een halfuur later zien we dezelfde motorwagen alweer Neerpelt binnenrijden terwijl hij het geopende sein MII passeert. De 4509 was ver van zijn thuisbasis Stockem verwijderd hoewel dit mechanische sein hem misschien toch een beetje aan zijn vertrouwde Athus-Meuselijn deed denken. Dat het net de 4509 was die deze pendelritten verzorgde was overigens geen toeval: het was op dat moment de enige motorwagen in de nieuwe blauwgele kleurstelling.

Leopoldsburg

Als kleine jongen passeerde uw webmaster af en toe met zijn vader langs Leopoldsburg als ze samen naar papa's werk in Tessenderlo reden. Toen uw webmaster enkele jaren later begon te fotograferen was Leopoldsburg dan ook een logische bestemming aangezien er nog mechanische seinen van het driestandenstelsel dienst deden. In dit stelsel kan de seinarm drie posities innemen. De arm horizontaal betekent "stoppen", de arm op 45° betekent "dit sein mag voorbijgereden worden, maar verwacht de stand stop bij het volgende sein". Tenslotte kon de seinarm ook vertikaal staan. Men noemde deze stand ook wel "vrije baan" aangezien de machinist dit sein voorbij mocht rijden en ook het volgende sein geopend stond.

De seinen in de stand "vrije baan" en de fantastische kandelaars (mechanisch seinen met een bordes en meerdere palen er bovenop om aan te duiden naar welk spoor de trein mag rijden) spraken enorm tot de verbeelding. Jammer genoeg was de kandelaar kant Mol net verdwenen, maar de kandelaar kant Hasselt mocht het nog even uitzingen tot 6 december 1992, toen alle mechanische seinen in dit station vervangen werden door lichtseinen. Sinterklaas had echt wel een leuker geschenkje kunnen brengen dat jaar...
Op 8 juli 1991, bijna anderhalf jaar voor de modernisering en de vereenvoudiging van het station is er van de nakende buitendienststelling van het seinhuis nog niet veel te merken. Hoewel de seinen en de wissels kant Mol via krukjes op het Siemens-gestel bediend worden, vinden we toch nog een redelijk aantal hendels terug die de seinen en wissels kant Hasselt bedienden. Helemaal rechts zien we de hendels 56 en 57 die de kandelaar kant Hasselt bedienden. Hendel 59 bediende het waarschuwingssein een kilometer voor de kandelaar, waarvoor dus al aardig wat spierkracht vereist was.
Onder het Siemens-gestel bevindt zich de overgang van de hendeltrommels met kettingen naar de trekdraden. We zien deze overgang in het seinhuis van Leopoldsburg, waar dit in een aparte ruimte naast de ingang van het gebouw gebeurde zoals dit meestal het geval was bij grotere seinhuizen van dit type. De foto werd gemaakt op 28 augustus 1992.
De schitterende positie "vrije baan" komt goed tot uiting op deze foto, gemaakt op 28 augustus 1992, waarop het uitrijsein voor spoor II kant Mol zichtbaar is... De machinist moet vanaf dit sein afremmen tot 40km/u om de wissels die zich een beetje verderop in de scherpe bocht naar links bevinden, veilig te passeren.
Aan de andere zijde van het station bevindt zich nog een schitterende "kandelaar". De hoge paal geeft daarbij een spoor met hoge toegelaten snelheid aan (hier het hoofdspoor), de kleinere paal geeft in dit geval toegang tot de goederenbundel. Veel baat het echter niet want beide seinarmen staan in de stopstand zodat de trein sowieso moet stoppen op 11 april 1991.
Tijd voor actie nu: op 22 juli 1992 passeert de 6245 de kandelaar met een L-trein naar Mol. Hierbij staat de kandelaar in de stand "inrit op het hoofdspoor veilig". Rechts van de trein zien we het uitwijkspoor van het station. Links bevindt zich het tweede spoor naar Hasselt, uiterst links is het aansluitspoor naar het Kamp van Beverlo zichtbaar. Vandaag de dag liggen op deze plek welgeteld twee sporen: één spoor naar Hasselt en het aansluitspoor naar het Kamp van Beverlo ietsje verderop.
Begin jaren '90 reed nog ongeveer dagelijks een bedieningstrein naar Leopoldsburg om op het Kamp van Beverlo de militairen te bedienen. Deze trein reed dan eerst Leopoldsburg binnen waarna het kamp bediend werd, samen met de rangeerder. We zien de 6331 op 30 augustus 1991 de kandelaar voorbijrijden met fel tegenlicht. Zoals de kandelaar aangeeft, wordt hij op een zijspoor ontvangen. Interessant is echter dat net door dit tegenlicht de kleurfilters in de seinarmen zichtbaar worden.
Ook op 6 maart 1992 reed de bedieningstrein naar Leopoldsburg. De 6246 passeert het uitrijsein spoor III, kant Hasselt, op weg naar het Kamp van Beverlo. Aangezien het hier een kleine beweging betreft, wordt de paarse rangeerarm gebruikt. Op de achtergrond is de overweg van de Diestersteenweg zichtbaar die destijds nog met 4 slagbomen beveiligd werd, nog een verschijnsel dat ondertussen bijzonder zeldzaam geworden is.
Op dezelfde 6e maart was het druk want de 5192 bracht nog een aantal platte wagens om tanks te beladen naar het Kamp van Beverlo. Na afloop van de rangeringen heeft de 5192 het plaatselijke bedieningspersoneel weer in het station afgezet en vertrekt hij los naar Hasselt. Hierbij passeert hij het uitrijsein van spoor III dat in de stand "vrije baan" staat.
Op 9 april 1992 passeerde in de late namiddag de 5179 met een zandtrein naar Gouvy het station van Leopoldsburg. Aangezien het een doorgaande trein is, passeert hij over spoor I, waar het bijbehorende sein de stand "vrije baan" toont.
Het kamp van Beverlo maakt deel uit van het station van Leopoldsburg. Het gaat hier om een goederenbundel met loskaai die vooral gebruikt wordt om Leopard-tanks van het Belgische leger te laden of te lossen. Deze bundel kende eigenlijk maar één mechanisch sein, namelijk aan de uitrit kant Hasselt. We zien de 6268 op 9 april 1992 naast dit sein rangeren met enkele kleinere legervoertuigen.
Na de défilé voor de koning op de nationale feestdag valt er altijd wel iets te beleven aan 't Kamp van Beverlo. Zo ook op 22 juli 1992 toen een groot aantal tanks gelost werden. Na urenlang te hebben gerangeerd op 't Kamp vertrekt de 6296 rechtstreeks naar Hasselt met een lege trein rongenwagens. Relatief zeldzaam want normaal rijden de bedieningstreinen eerst naar Leopoldsburg om dan pas naar Hasselt te vertrekken. Hierdoor werd het uitrijsein vanaf het kamp ook nog eens bediend zoals te zien is op deze foto. Links van de trein bevindt zich overigens het waarschuwingssein van Leopoldsburg.
Met deze foto nemen we afscheid van het mechanisch beveiligde Leopoldsburg... Op 11 april 1991 duwt de 6299 een L-trein naar Hasselt en passeert daarbij Kamp van Beverlo, temidden van enkele mechanische seinen.

St.Ghislain - Quiévrain

Toen uw webmaster het boek "Spoowegen in België 1980-1988" in handen kreeg, vergaapte hij zich zoals zovele spoorwegliefhebbers aan de vele prachtfoto's in dit boek. Vooral de lijn St.-Ghislain – Quiévrain, die in dit boek meermaals aan bod komt, droeg zijn interesse weg. Echter: was deze lijn nog altijd met mechanische seinen beveiligd? De foto's uit dit boek waren immers al enkele jaren oud en contacten die dit konden bevestigen had uw webmaster nog niet. Internet? Nog nooit van gehoord... Dan maar op onderzoek uit en jawel: de lijn was nog in haar authentieke dubbelsporige toestand, inclusief mechanische beveiliging! Helaas niet voor lang meer want enige tijd later begonnen de elektrificatiewerken van dit korte lijntje. Nog snel werden een aantal foto's gemaakt van de oude toestand en de toonbare resultaten vindt u hier terug.

° Boussu
Een voorbeeld van een typische blokpost langs de lijn vonden we in het station van Boussu op 5 september 1992. We herkennen een gele hendel voor een waarschuwingssein, 3 rode hendels voor stopseinen en een zwarte hendel waarmee een spil bediend wordt aan de slagbomen van de overweg. Eenmaal deze spil gelost is, kan de seingever buiten de slagbomen zelf dichtdraaien. Dit is uiteraard zo gemaakt om te beletten dat plaatselijke grapjassen zomaar de slagbomen zouden dichtdraaien. Op het gestel zien we een ontblokkingskast, een schitterend stuk technologie waarmee de stations aan elkaar de toelating konden geven een trein te laten vertrekken.
Ietsje later is het dan zover. Nadat de seingever de juiste hendel in het station heeft omgelegd, kan hij buiten de overweg gaan dichtdraaien met de zwengel die je nog net kan herkennen op het voetstuk van de rechterslagboom. Hierna kan hij het inrijsein op de achtergrond open zetten, waarna de 6278 met zijn L-trein naar Quiévrain het station binnen rijdt. Ondertussen wacht de loketbediende geduldig op mogelijke klanten die maar niet komen opdagen... Anno 2005 is het station onbemand en verloedert het zienderogen. De prijs van de rationalisering?
Op 15 april 1992 waren de weersomstandigheden duidelijk minder goed dan op de vorige foto's. De 6290 krijgt zo een gratis wasbeurt als hij het stationnetje van Boussu binnenrijdt met een L-trein naar St.-Ghislain. Hij is zonet het inrijsein gepasseerd, waarvan het hoofdsein de stand veilig toont en het waarschuwingssein in de stand stop is vastgezet. Het waarschuwingssein was enkel nog een aankondiging voor het inrijsein van St.-Ghislain dat een beetje verder stond: gebruikt werd het al lang niet meer... Links op de foto staat ook nog het uitrijsein naar Quiévrain.
° Thulin
Op een regenachtige 15e april 1992 verlaat de 6290 met een L-trein naar St.-Ghislain het station van Thulin. Hij passeert hierbij het op veilig staande uitrijsein. Het inrijsein, achteraan zichtbaar op de foto, was alweer in de onveilige stand gezet. Het station van Thulin werd 2 jaar later samen met de mechanische seinen afgebroken...
In feite reed één 62'er in de voormiddag de diensten tussen St.-Ghislain en Quiévrain, waarna hij vervangen werd door een andere loc. Zo'n 40 minuten na het maken van de vorige foto, zien we de 6290 dan ook terug te Thulin in een schitterende onaangetaste stationsomgeving, nu met een reizigerstrein naar Quiévrain. De Duitsers zouden het "Nebenbahnromantik" noemen... Uw webmaster houdt het op "spoorwegnostalgie" uiteraard.
Over deze foto heeft u webmaster lang getwijfeld of hij ze wel zou plaatsen aangezien hij ze vanop het tweede spoor gemaakt heeft. Vandaag de dag zou hij dit nooit meer zou doen, ook al was de 6278 met zijn trein naar St.-Ghislain de enige trein die op dit lijntje pendelde. De enige reden dat de foto hier toch staat is omdat ze een ook toen al bijzonder zeldzaam waarschuwingssein toont: een beklinknagelde paal met kruismotief en een seinarm van het oude type met aparte kleurenschijf. De foto werd gemaakt te Thulin op 5 september 1992.
° Quiévrain
Te Quiévrain bevond zich een waar spoorwegmuseum. Buiten een waterkolom uit het stoomtijdperk en enkele van de mooiste overgebleven mechanische seinen van België waren er ook nog twee seinhuizen in dienst van twee verschillende types. We zien hier het seinhuis kant St.-Ghislain, een seinhuis van het type Siemens, gefotografeerd op 5 september 1992. Links op de foto staat het bloktoestel dat in verbinding stond met het bloktoestel van het seinhuis op de volgende foto om zo het doorgaande treinverkeer van/naar Frankrijk te regelen. Bij het maken van deze foto was dit verkeer al enkele jaren stopgezet.
Het seinhuis van het type Saxby aan de andere kant van het station was een van de prachtigste mechanische seinhuizen nog in dienst op dat moment. Uw webmaster mocht het verschillende keren van binnen bewonderen, onder andere op 5 september 1992, toen hij de sleutel mee kreeg van de onderstationschef. Het seinhuis was immers enkel nog in gebruik als er gesleepte treinen reden tussen St.-Ghislain en Quiévrain, waardoor men moest front wisselen in Quiévrain. Door trekduwstammen in te zetten beperkte met dit natuurlijk zoveel mogelijk.
In hetzelfde gebouw bevond zich nog een rariteit: het bedieningstoestel voor de slagbomen van de overweg vlak naast dit seinhuis. Ook deze foto werd gemaakt op 15 september 1992 hoewel de sfeer er eentje is van tientallen jaren vroeger.
Terug naar de treinen zelf: op 5 september 1992 passeert de 6278 met een L-trein het inrijsein van Quiévrain. Nog enkele meters dus en hij is op zijn eindbestemming. Het inrijsein toont de stand "inrit veilig". Toen er nog doorgaande treinen naar Frankrijk reden, kon dit sein ook de stand "vrije baan" tonen als het om doorgaande treinen ging. Onder de hoofdseinarm bevindt zich ook een rangeerseinarm, die uiteraard in de stopstand staat.
Nadat de machinist een babbeltje heeft gemaakt met het stationspersoneel en hij met de keerkruk van de locomotief naar het stuurstandrijtuig is gewandeld, kan hij daar de stuurpost in dienst stellen en richting St.-Ghislain vertrekken. We zien de trein hier net na vertrek ter hoogte van het uitritsein dat de stand "vrije baan" toont onder een indrukwekkende wolkenhemel...
Op 15 april 1992 pendelde er tot in de vroege namiddag geen trekduwstam maar een gesleepte stam op dit korte lijntje. Het weer beloofde helaas weinig goeds toen de 6290 met zijn L-trein naar St.-Ghislain het station van Quiévrain buiten reed. Let ook eens op de verschillende uitvoeringen van de seinen: het meeste linkse sein is van het type 1930 met de lichtschijven gecombineerd in de seinarm. De andere seinen zijn nog van het oudere type waarbij de lichtschijven apart van de seinarm gemonteerd werden en de seinarm met een contra-gewicht op de seinpaal bediend werd.
Op 15 april 1992 is het de 6249 die in de namiddag de reizigersdienst naar Quiévrain mag verzekeren. We zien hem hier het station binnenrijden ter hoogte van een aantal uitrijseinen. Rechts zien we één van de al lang buiten dienst zijnde goederenloodsen. Ja, dit voormalige grensstation had toch al veel van zijn pluimen verloren...
We maken een kleine flashback in de tijd als we onze fotografische wandeling verder zetten richting Franse grens. In de voormiddag van die 15e april stond de 6290 met zijn L-trein in het station van Quiévrain te wachten tot de rangeerder de loc loskoppelde zodat hij kon omlopen. Geen mechanische seinen dus op deze foto, wel een sfeerbeeldje op een grauwe dag van de 6290 die stomend naast het schitterende stationsgebouw van Quiévrain staat. Een stationsgebouw dat ook toen al op de lijst stond om gesloopt te worden, iets wat anno 2005 gelukkig nog altijd niet gebeurd is.
Ietsje later is het dan zo ver en rijdt de 6290 los naar het uitwijkspoor kant Frankrijk om zo van front te kunnen wisselen. Hij passeert hierbij de sublieme uitritseinen, waarvan er eentje nog de typische versiering van een ver verleden draagt. Het linkersein vertoont uiteraard het beeld "kleine beweging toegelaten". Alle seinpalen zijn van het schitterende type met geklonken kruismotief, wat uw webmaster betreft voorbeelden van de mooiste seinen die België ooit gekend heeft.
We ronden dit bezoek af met een sfeerbeeldje van de overweg te Quiévrain, zijde Frankrijk. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden en dat is zeker zo voor dit beeld gemaakt op 5 september 1992.

Quenast

Hoe uw webmaster te weten is gekomen dat er in Quenast nog mechanische seinen stonden, herinnert hij zich niet meer. Wel herinnert hij zich dat hij net op tijd was met een bezoek aan dit heerlijke station, minder dan een maand later gingen de seinen immers buiten dienst, een spijtige zaak voor spoorwegliefhebbers maar ergens wel een logische stap in de vernieuwing van dit station in de aanloop naar haar taak als ballastleverancier voor de TGV-werven. In de moderniseringsdrang was duidelijk geen plaats meer voor spoorwegromantiek.
Het seinhuis van Quenast, kant Tubize, was in de ogen van uw webmaster het mooiste nog in dienst zijnde Siemens-seinhuis dat hij gekend heeft. Nog volledig authentiek werd het gefotografeerd op 14 september 1994. De houten vloer, de kleine vensters, het ontblokkingstoestel en het nog bijna onaangeroerde Siemens-gestel, dat was Quenast tot het ook hier een maand later voorbij was met de mechanische seinen...
Dit ronduit sublieme seinhuis verdient toch nog een tweede beeld op deze site. Hoewel uw webmaster dit station maar eenmaal ten tijde van de mechanische beveiliging bezocht heeft, blijven enkele herinneringen van dit bezoek in zijn geheugen gegrift. De op dit seinhuis dienstdoende seingever die kleurrijk over zijn loopbaan bij het spoor vertelde en uw webmaster vervolgens de wissels en seinen liet bedienen is daar vast niet vreemd aan.
Aan de andere kant van het station bevond zich nog een tweede Siemens-seinhuis. Dit gestel was iets kleiner van opbouw maar droeg een zware geschiedenis mee. Tijdens de tweede wereldoorlog was het namelijk beschadigd geraakt door een invallende bom, waarna de metalen koppelingen in het gestel mee werden geplooid volgens de schade aangericht aan dit gestel. Dit was een creatieve oplossing om goedkoop de oorlogsschade te herstellen. Deze sporen van een duistere periode droeg het gestel mee tot haar buitendienststelling in oktober 1994.
Na door een rangeerder op een rondrit naar de steengroeve te zijn getrakteerd komt er wat actie in de vorm van deze locotractor van Gralex die een sleep Nederlandse Fcs'en naar het station brengt en zo een bescheiden rolletje speelt in het onderhoud van het Nederlandse ballastbed. Op de voorgrond zie je een grondseintje, op de achtergrond is verder de ondertussen afgebroken locloods van de firma Gralex zichtbaar.
Terwijl de locotractor links even uitrust met de zonet geleverde ballastwagens passeert de 6257 met een sleep lege rongenwagens het sublieme seinhuis. Het geheel wordt geflankeerd door 3 mechanische seinen, waarvan het middelste op een bordes staat, wellicht vanwege de te geringe plaats links van de sporen waar dit sein voor geldt.
Iets later zien we de 6257 tijdens een opdrubeweging naar het station. Op de foto zijn twee seinen zichtbaar, waarbij het grondseintje links het bijzonderste is. Dit grondsein is rond van vorm, hetgeen erop wijst dat het ooit als rangeersein diende. Maar: dan moest het paars geschilderd zijn, terwijl het nu rood geschilderd is. Zonder twijfel is het dus ooit van rangeersein naar stopsein gepromoveerd. Wellicht gebeurde dit bij het buiten dienst stellen van het baanvak Quenast - Rognon? Rechts zie je overigens een correcte uitvoering van een vereenvoudigd stopsein (weliswaar op een paal gemonteerd): een rechthoekige plaat met rode basiskleur en een witte rand.
Terwijl het weer het wat laat afweten, gaat het treinverkeer gewoon door. Enkele uren na de 6257 mag een soortgenoot met gewijzigde cijfercombinatie ook een rit naar Quenast verzekeren. We zien de loc hier onder een mooi kandelaarsein doorrijden, waarbij duidelijk opvalt hoe de bediening van de seinarmen met stangen gebeurt vanaf de voet van de seinpaal. Bij de oudere kandelaars (zoals in Vonêche) met aparte lichstschijven gebeurde de bediening met trekdraden tot net onder de seinarm zelf.
In de late namiddag komt de 5103 vanuit stelplaats Schaarbeek los naar Quenast gereden om de al lang klaarstaande ballasttrein met bestemming Nederland op te pikken. Bijzonder aan deze 51 is dat hij, net als de 5102 in die periode, in het signaalgeel (bijna oranje) geschilderd werd. Ook de houders voor sluitseinen zijn in deze kleur geschilderd ipv het standaardgroen. Details zegt u? Niet voor een 51-freak als uw webmaster :-)
Direct na binnenkomst van de 5103 mag de 6275 los terug naar Tubize rijden. Let eens op het kleurverschil met de donkerdere 5103, toch wel opmerkelijk of niet soms? De katrol rechts onderaan in beeld is een ingenieus truucje uit de mechanische seingeving om één sein door twee mogelijke handels in het seinhuis te kunnen laten bedienen. Dit had dan weer alles te maken met het feit dat iedere reisweg in principe zijn eigen handel had. Uiteraard moest er dan ergens een overgang zijn van 2 paar trekdraden, afkomstig van de handels, naar één paar trekdraden naar het sein toe.
Als afsluiter van deze ene dag dat uw webmaster de mechaniche seinen van Quenast in werking zag, volgt nog dit beeld van de 5103 die met haar ballasttrein klaarstaat voor vertrek. Terwijl de trein eigenlijk te lang is en dus tot voorbij het sein staat, zal de machinist toch wachten op het in de veilige stand komen van de bovenste seinarm. De seingever in het prachtige seinhuis links mag nog enkele weken zijn zo vertrouwde werk doen vooralleer ook hier de modernisering zijn intrede doet.
Deze reportage is een postuum eerbetoon aan François Schuurmans die jarenlang mee voor het onderhoud van de mechanische seinen in de Noorderkempen zorgde.
Index